Een tijdje geleden ging ik voor het eerst naar Mamafit. Ik vond het best spannend. In de laatste weken van mijn zwangerschap was ik namelijk niet bepaald actief. Ik probeerde nog te wandelen, maar in plaats daarvan schuifelde ik door de straten onder de zinderende zomerzon. Mijn sneakers paste niet meer, dus ik droeg mijn gouden Birkenstocks onder de een van de twee zwangerschapsjurken die ik nog aan kon. Door mijn zwangerschapsdiabetes kon ik vervolgens ook niet genieten van een verfrissend perenijsje, dus ik maakte healthy blauwe bessen ijs met Griekse yoghurt. Dat smaakte nergens naar, maar ik moest wat.
Ik weet nog hoe ik in die laatste weken verlangde naar mijn oude lichaam. Wat zou het geweldig zijn als ik weer snel zou kunnen op staan zonder te kreunen. Dat ik weer huppelend een boodschapje zou kunnen doen. Dat ik weer mijn favoriete online yogales kon aanzetten zonder me als een aangespoelde zeehond te voelen. Ik sprak toen met mezelf af dat als ik eenmaal bevallen was, ik fanatiek zou gaan sporten. Een fitmom zijn, dat leek me wel wat. Want dat buikje ging ik er mooi aftrainen.
Ik sprak met mezelf af om fanatiek te gaan sporten.”
Samen sporten
Dus daar ging ik, in mijn nog iets te strakke legging en een oversized sportshirt. Ietwat afwachtend liep ik de sportzaal in. Een aantal moeders kende elkaar al, maar er stonden er ook een paar vertwijfeld om zich heen te kijken. Ik scande snel de ruimte en ging naast een andere dame staan, die ik er vriendelijk uit vond zien. Het klikte. Licht steunend glimlachten we naar elkaar tijdens de oefeningen en bespraken we ons nieuwe leven. “Dames! Als je nog zo kan kletsen, sport je niet hard genoeg!” Zei de strenge fysiotherapeut die naast ons kwam staan. We grinnikten.
Ik piekerde er de hele dag over. Wat moest ik doen om me weer mezelf te voelen?
Toen het uur afgelopen was, voelde ik me vrolijk. Misschien had ik zelfs een nieuwe moedervriendin gemaakt, dacht ik blij. Mijn lichaam voelde wat beurs, maar niks waar ik niet tegen kon. Een uur later werd het zware gevoel in mijn bekken steeds heviger. Toen ik dezelfde avond weer in bed lag, kon ik me bijna niet meer bewegen. Mijn vrolijke gevoel verdween en ik baalde van mijn lijf. Waarom lukte dit nog niet? Zo hard ik had ik toch niet getraind? De volgende dag kon ik mijn zoontje nauwelijks tillen en alle bewegingen waren te veel. Toen hij zijn middagdutje deed, liet ik mijn tranen even de vrije loop. Mijn lijf voelde zó anders dan voor de zwangerschap. Ik piekerde er de hele dag over. Wat moest ik doen om me weer mezelf te voelen?
Doorzetten
Maar de week daarop ging ik weer. Knot op en gaan, dacht ik. Gewoon even doorzetten. Toen ik de zaal binnenkwam, zag ik gelijk dat mijn nieuwe sportmaatje er niet bij zat. Ook een paar andere moeders die ik de vorige keer wel had gezien, zag ik niet. Ik zuchtte diep. De strenge fysio kwam naar me toe. “Gaat het wel?” vroeg ze. Ik probeerde stoer te doen, maar dat mislukte. Ik schudde mijn hoofd. Ze keek me even bedenkelijk aan en dirigeerde me naar een stoel.
Ik probeerde stoer te doen, maar dat mislukte.”
“Ik ga nu streng voor je zijn,” zei ze. Ik zag dat ze zich een beetje zorgen maakte. “Ga maar naar huis. Laat een bad vol lopen. Ga vroeg naar bed.” Ik keek de zaal rond, een paar waren al begonnen met hun oefeningen. “Maar ik wil sporten!” zei ik. Het kwam er wat hoog en piepend uit. Ze schudde resoluut haar hoofd. “Het is nog te vroeg voor je, dat zie ik.” Opeens voelde ik hoe moe ik eigenlijk was. Diezelfde avond ontvolgde ik alle fitmoms op Instagram en verstopte ik de weegschaal. In bad legde ik mijn handen op mijn nog iets bolle buik en ademde diep in en uit.







Geef een reactie