Mijn zoontje ging voor het eerst naar het kinderdagverblijf. En heel eerlijk? Ik zag er vreselijk tegenop. Niet dat ik de dames die er werken niet vertrouw, maar het voelde voor mij best een beetje onnatuurlijk om hem weg te brengen naar mensen die ik niet ken. Maar het was tijd. Mijn verlof zit erop en er moet ook weer gewerkt worden. Dus trok ik hem die vroege ochtend een HEMA-truitje aan met vogels, kamde zijn haartjes en hield ik hem nog even extra stevig vast.
Er ging een nieuw hoofdstuk beginnen, hield ik mezelf voor. En het was voor hem ook goed, andere kindjes zien en nieuwe dingen leren. “Hij is zó lief.” zei ik zachtjes snikkend. “Wat als hij mij vergeet?”, vroeg ik aan mijn man terwijl we met z’n drieeën naar het kinderdagverblijf reden. Ik wist dat die gedachte nergens op sloeg, maar toch schoot het door mijn hoofd. Ietwat somber staarde ik uit het raam en zag in de verte hoe de zon voorzichtig opkwam.
Ik wist dat die gedachte nergens op sloeg, maar toch schoot het door mijn hoofd.”
“Daar zijn we lieverd, bij de kindjes.” Ik glimlach naar hem en hij glimlacht breed terug, waarbij zijn knaloranje speen op zijn schoot belandde. “Of zeggen we schooltje?” Vroeg ik aan niemand in het bijzonder. Met licht gesteun tilde ik de Maxi-Cosi naar binnen en tikte we de code in van de deur.
Een van de leidsters stond hem al op te wachten. Als rasechte introvert vind ik niet ieder mens gelijk fijn, maar deze vrouw had een hele prettige, zachte uitstraling. Ik voelde het strakke gevoel in mijn schouders iets verzachten. Mijn sociale man zette gelijk een boom op met de leidsters over het weer en hoelang ze er al werkte, zodat ik even tijd had om mijn zoontje uit zijn Maxi-Cosi te tillen en om me heen te kijken. Het was er knus, dacht ik opgelucht. In de vensterbank stonden kerstboompjes met lampjes en aan de muur hingen tekeningen van de kinderen. Een aantal grotere kindjes kwamen nieuwsgierig onze kant op.
Ik voelde het strakke gevoel in mijn schouders iets verzachten.”
Een van de meisjes met een hoge staart op haar hoofd aaide zachtjes over het been van mijn zoontje. Een andere leidster, een jonge meid van rond de 23, kwam onze kant op. “Zij houdt ontzettend van baby’s. Ze vindt het geweldig als er weer een nieuw kindje op de groep bijkomt.” Ik keek naar mijn zoontje, die geïnteresseerd om zich heen keek en met een stralende glimlach zijn voetjes probeerde te pakken. Na een paar minuten voelde ik dat het tijd was om te vertrekken. “Nou schatje, veel plezier dan maar!” Ik wilde het niet, maar de tranen sprongen toch in mijn ogen. “He gets, dit wilde ik nou voorkomen.” Zei ik terwijl ik over mijn ogen wreef. “Heel normaal hoor!” Zei ze, terwijl ze mijn zoontje vast had. “We zorgen echt goed voor hem.” Zei ze bemoedigend. “Het komt helemaal goed.”
Ik wilde het niet, maar de tranen sprongen toch in mijn ogen.”
Ik knikte en keek naar mijn man. We deden de deur achter ons dicht. “Nu heb ik koffie nodig.” Zei ik met een licht trillende stem. We belandde bij mijn favoriete koffiezaakje in het dorp, waar we een brownie deelde en ik van een gigantische cappuccino dronk. Mijn telefoon bliepte. In de Ouderapp die ik al had geïnstalleerd, zag ik foto’s van mijn zoontje met een sambabal in zijn handjes. Op een andere foto keek hij met grote ogen naar de muziekjuf die met handpoppen aan het spelen was. Hij vond het zo te zien helemaal geweldig. Een combinatie van trots en opluchting trok door me heen.
Hij keek met grote ogen naar de muziekjuf die met handpoppen aan het spelen was.”
Een paar uur later sloot ik hem weer in mijn armen en gaf hem een klapzoen op zijn wang. Hij kneep hard in mijn neus en brabbelde zijn bekende geluidjes. Toen we thuiskwamen gaf ik hem een fles en probeerde ik hem wiegend in slaap te krijgen. “Je hebt het goed gedaan, mannetje.” Zei ik zachtjes tegen hem. Hij gaapte. De gedachte dat hij mij zou vergeten leek ineens redelijk bespottelijk. Maar misschien is dat wat moeder zijn is: angsten en onzekerheden die regelmatig opkomen. En laat ik er daar nou genoeg van hebben.






Geef een reactie