Het kantoorleven vind ik soms fascinerend. 8 uur per dag zit je met mensen die je niet zelf uitzoekt in een kleine ruimte te typen en te klikken. Ik werk ook op een kantoor: inclusief felle lichten, stoffige vloerbedekking, een twijfelachtig toetsenbord en een versleten muis. Mijn collega’s hebben allemaal zo hun eigenaardigheden, en ik net zo goed. De een gaat elke dag stipt om 10 uur een ‘appeltje eten’. De ander trekt om 3 uur ’s middags een zak snackworteltjes open, met heftig gekraak tot gevolg.
Ik ben die collega die altijd naar buiten wil om te wandelen en het raam open zet omdat ik het gevoel heb vanuit een Turks stoombad te werken. Mijn bibberige collega, die de hele dag thee drinkt uit een gigantische Blond-mok, zet het raam na vijf minuten weer dicht. “Veels te koud! Ik ben verkouden!” Roept ze dan, waarop ik mijn vest uit trek en met een rood hoofd verder werk.
Al mijn collega’s hebben zo hun eigenaardigheden. En ik net zo goed.”
Maar er is een collega die er uitspringt. Hij is groot fan van ChatGTP. Een paar keer per dag galmt er een enthousiast kreetje door het kantoor. “Moet je zien wat ik nu heb gemaakt met AI!” Roept hij dan. Met lichte afkeuring gaan we dan aan zijn bureau staan, en kijken we naar een gegenereerde afbeelding, tekst of video. Alles gooit hij door de chatbot. Een planning of strategie? Zo gemaakt. Van een foto bewegend beeld maken? In een zucht en een scheet heb je het staan. Ideeën bedenken of brainstormen over een nieuw project? Chat vertelt het je wel, je hoeft het alleen maar te vragen. Dat doet hij dan ook veelvuldig, met vreemde Ai muziek op de achtergrond.
ChatGTP vertelt het je wel, je hoeft het alleen maar te vragen.”
“Waarom ben je zelf nog aan het schrijven?” Hij kwam naast mijn bureau staan en keek mee op mijn scherm. Ik was aan het zwoegen op een ingewikkeld artikel waarbij ik verschillende mensen had geïnterviewd. Op een notitieblok had ik belangrijke zinnen met rood onderstreept. Ik trok mijn ogen los van het scherm en keek hem vragend aan.
“Laat chat het doen. Met de juiste prompt, maak hij zo een goed artikel voor je. En dan kan jij iets anders gaan doen.” Hij pakte een stukje Tony Chocolony en stopte hem in zijn mond. Ik had even kortsluiting in mijn brein en keek hem schaapachtig aan. Ik keek weer naar mijn scherm. “Nee, dat ga ik niet doen hoor.” Zei ik. Hij was weer achter zijn eigen bureau gaan zitten en zette de muziek nog wat harder. “Waarom niet?” vroeg hij. Ik dacht na.
“Met de juiste prompt, maakt hij zo een goed artikel voor je.”
Ja, waarom eigenlijk niet? Irritatie bekroop me. “Omdat ik vier jaar heb gestudeerd om verhalen te maken, te schrijven, te interviewen. Ik krijg een allergische reactie als ik eraan denk dit door een robot te moeten laten doen.” Hij haalde zijn schouders op en zet zijn bril recht. “Het maakt alles een stuk gemakkelijker, hoor.” Hij kroop weer achter zijn scherm.
Ik keek uit het raam. Ik zag hoe een andere collega vertwijfeld naar me keek. Was ik ouderwets? Moest ik meer gaan doen met AI? Resoluut schudde ik mijn hoofd. Ik zette de gedachte over robots die de wereld overnemen aan de kant, en stortte me weer op het artikel. Toen het buiten begon te schemeren keek ik voldaan naar mijn computerscherm. Het artikel was eindelijk af. Mijn collega verscheen weer in mijn ooghoek. “Chat?” Grijnsde hij. Ik schudde langzaam mijn hoofd. “Nope.” Ik graaide in de chocoladepot en leunde achterover in mijn bureaustoel. Blondmok-collega haalde een kop thee voor me en zette het zachtjes op mijn bureau neer. “Goed gedaan,” Fluistert ze bijna onverstaanbaar. Ze ploft neer op haar stoel en slaat een sjaal om haar nek heen. “Het lijkt hier wel Siberië,” Verzucht ze. Ik glimlach.






Geef een reactie