Vandaag ging ik sinds lange tijd weer naar Utrecht, en ik had er zin in. Zelf kom ik uit een groot dorp en een stad heeft voor mij wat magisch. Luxe winkels, inspirerende types op straat en fijne koffietentjes. In mijn hoofd zijn mensen die in de stad wonen creatief en ruimdenkend. En ergens had ik daar behoefte aan. Dus de dagelijkse volksverhuizing ging weer van start. In mijn brein zijn de afgelopen maanden verschillende lijstjes ontstaan van wat ik allemaal mee moet nemen: flesje, opwarmer, spuugdoek, een speeltje. Zijn kinderwagen. Een muts als het koud is en een extra setje kleding voor als er een poepontploffing ontstaat. Een stuk of 6 luiers en doekjes. We waren er klaar voor: in de auto, op naar Utreg.
Op Hoog Catherijne moest ik even drie keer knipperen. Het geluid. De mensen. Iedereen liep kriskras door elkaar. Een jongen op klompen. Een straatartiest met een nep microfoon die zo vals zong dat ik er even langer naar bleef luisteren. Snoepwinkels, sale, de Lush winkel. Ik knipperde nog een keer en keek in kinderwagen. Grote ogen keken naar me op. Ik ademde diep in en uit en dacht aan mijn doel. Ik had nieuwe schoenen op het oog en ik kon ook nog wel een broek gebruiken. Ik was in de stad! Even voelde ik de euforie toen ik mijn weerspiegeling in de Guess-winkel zag. Ik was een moeder, in de stad. Op álles voorbereid.
Maar op De Bijenkorf was ik dat niet helemaal. Ik nam het allemaal in me op: de rijen voor de kassa, de stapels dure sneakers op de schoenenafdeling. De vrouwen die me nieuwsgierig aankeken. Anderen leken te zuchten terwijl ik met de kinderwagen een weg probeerde te vinden door de menigte. Aan De Bijenkorf heb ik leuke herinneringen. Als puber droomde ik van een chique tas van een duur merk. Van een oogschaduwpalletje van Chanel, of een opschrijfboekje gemaakt van extra speciaal papier. Ik fantaseerde erover hoe ik me zou voelen als ik zoiets zou bezitten. Hoe volwassen ik me dan zou voelen. Ik liep even over de tassenafdeling en streek met mijn vinger over het leer van een schattig, rood exemplaar. Ik keek naar het tasje aan mijn schouder.
Ik werd opgeschrikt uit mijn mijmering toen ik mijn zoontje hoorde protesteren. We vonden een plekje in het restaurant en ik gaf hem zijn flesje. Zelf at ik een punt worteltaart met een cappuccino. Met hernieuwde krachten wandelde we opnieuw naar de schoenenafdeling. Maar het leek wel alsof mijn brein er geen zin in had, alsof ik alle prikkels niet meer kon wegfilteren. Waar moest ik naar kijken? Naar mijn zoontje, die met rode wangen naar me opkeek? Naar de laarsjes, de sneakers, de vrouwen die met grote ogen hippe sneakers uit het rek pakte en hun korting berekende? Ik voelde de warmte van de winkel in mijn hele lichaam.
Woest trok ik mijn H&M jas uit en propte hem onder de wagen. Het werd er niet beter van. Uit alle hoeken leken wel mensen te komen. Mensen die zochten naar het gevoel van euforie die ze kregen van een nieuwe jurk, een Shabbie laarsje met korting of een concealer van Charlotte Tilbury. Eigenlijk wilde ik het ook weer voelen, die korte high. Maar ik had er geen zin in. Ik wilde de winkel uit. Een wandelingetje maken langs de gracht en weer naar huis. Toen we deur uit waren, ademde ik de frisse lucht diep in.
We liepen terug naar de auto en bij een aantal winkels keek ik naar binnen. Wilde ik nog een bruisbal voor in bad? Een nieuw paar sloffen? Een doucheschuim van Rituals? Ik schudde mijn hoofd. Op de terugweg sloot ik even mijn ogen en hoorde de Top 2000 op de achtergrond. Ik dacht na over de stad. Het was goed voor me om even iets anders te zien dan mijn eigen dorp. Want soms is het gewoon fijn om even in een andere wereld te stappen en er dan ook weer snel weg te gaan. Zelfs de wereld van stapels schoenen, schreeuwend dure jurken en vegan taart.






Geef een reactie